29-03-2005
Onderzoek voorleeshulp
door: Ben ter StalGebleken is dat de voorleeshulp een belangrijke toegangsbarrière kan wegnemen, namelijk de leesgerelateerde problemen die de leerlingen ondervinden en soms ook ernstig van aard zijn. Alhoewel dergelijke programma's nog beperkingen kennen blijken de voordelen ruimschoots op te wegen tegen de nadelen. In het kader van Internetspeurtocht is onderzocht wat de effecten zijn van het gebruik van een voorleeshulp (spraaksyntheseprogramma) op de informatieverwerking bij het internetten door leerlingen van een speciale basisschool.
Volledig testrapport
Hier vindt u slechts een samenvatting van het onderzoek.
Het volledige rapport kunt u opvragen met het contactformulier met vermelding van de naam van uw (onderwijs)instantie.
Context en hoofdvraag Gebruikte voorleeshulp
Leerlingen / testgroep Opzet van de test
Gekozen site en opdrachten Resultaten / conclusie
Context en hoofdvraag
Leerlingen in het SBO hebben te maken met diverse (leer)problemen die kinderen op een reguliere basisschool niet hebben, of in veel mindere mate. Denk daarbij aan dyslexie of ADHD. In het kader van Internetspeurtocht is onderzocht wat de grootste barrières zijn voor de internettoegang. Gebleken is dat vooral de leesproblemen hiervoor verantwoordelijk zijn.
(zie ‘Richtlijnen interface- en internetcontentontwerp SBO-bovenbouw’)
Er bestaan spraaksyntheseprogramma's (of zogenaamde text-to-speechprogramma's) die met name ontwikkeld zijn voor visueel gehandicapten. Dergelijke programmatuur zet de tekst op het beeldscherm om in een verstaanbaar audiosignaal (gesproken tekst), meestal gesynthetiseerde spraak.De veronderstelling is dat ook anderszins moeilijk lezenden baat kunnen hebben bij het gebruiken van zo'n voorleeshulp.
We hebben ons daarom afgevraagd of:
kinderen uit de bovenbouw van het SBO die een (technisch) laag leesniveau hebben meer en beter informatie tot zich kunnen nemen door gebruik te maken van een voorleeshulp voor internetpagina's.
We wilden ook graag weten of een voorleeshulp bijzondere beperkingen kent, en ook of de leerlingen het prettig vinden om ermee te werken.
Gebruikte voorleeshulp
Er zijn verschillende soorten op de markt en bekend is dat ze nog beperkingen kennen (de computergegenereerde stem is niet optimaal verstaanbaar, niet alle tekst kan worden voorgelezen of niet in alle gevallen e.d.).
Na een klein vergelijkend onderzoek is voor de test gekozen voor ‘Deskbot’. Een freeware programma van BellCraft Technologies (www.bellcraft.com/deskbot ). Deskbot werkt met MS Agent en zogenaamde tekst-to-speechprogrammatuur. Een agent is een virtueel persoontje of diertje dat op het scherm verschijnt en hulp kan bieden bij het gebruik van het betreffende programma.
Omdat het programma tekst leest die op het Windows klembord is geplaatst, werkt het niet alleen met tekstverwerkers als MS Word, maar ook met webpagina’s
Text-to-speechvariabelen, taal en stemsoort kunnen worden aangepast, evenals toonhoogte en spreeksnelheid. Voorts bevat Deskbot de optie om de tekst gelijktijdig weer te geven middels een spreekwolk (‘balloon’) bij de agent, waarvan ook font en stijl kunnen worden aangepast.
Leerlingen / testgroep
Een aantal representatieve leerlingen uit de bovenbouw zijn vooraf geselecteerd op SBO Diekmaat te Neede. De leerlingen hebben allemaal een zogenaamde lage AVI-score (van 2 tot en met 5). AVI beoogt het technisch lezen te meten. De leerlingen zijn op de overige punten weinig vergelijkbaar, bijvoorbeeld het niveau van begrijpend lezen loopt sterk uiteen.
Opzet van de test
- De leerlingen maakten individueel een aantal opdrachten: met en zonder het gebruik van de voorleeshulp.
- Een leerling werkte maximaal 15 minuten aan de opdrachten.
- Een observator was bij elke leerling aanwezig om resultaten te verzamelen en relevante zaken te noteren aan de hand van een specifieke instructie met vooraf gedefinieerde aandachtspunten.
- De leerlingen hadden voorafgaand aan de test geleerd met de voorleeshulp om te gaan.
Nagegaan werd of er verschillen zijn in tijd en fouten m.b.t. de opdracht. Ook werd bijgehouden hoeveel hulp de leerling daarbij nodig heeft gehad. Op basis hiervan zijn de resultaten verzameld en werden uitspraken gedaan over het effect van de voorleeshulp en de mogelijke beperkingen.
Gekozen site en opdrachten
De gekozen site en opdrachten zijn geselecteerd en aangevuld door de Diekmaat-leerkrachten. Gezocht is naar een eenvoudige opdracht waarin de leerlingen vooral veel moeten lezen en ook binnen het gelezene selecties moeten maken.
Resultaten en conclusie
Voor de keuze gesteld gaat ieder getest kind voor het gebruiken van de voorleeshulp, zonder reserves. Meest illustratief hiervoor is een uitspraak van een van de leerlingen:
«Waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan?»
Niet alleen bij leerlingen met zeer grote problemen op alle niveau’s was het effect daar; waar zij zonder voorleeshulp al bij de eerste zin met een ‘lastig’ woord vast komen te zitten, kunnen zij nu met wat ondersteuning zelfstandig aan de slag. Het feit dat ze zelf iets kunnen (laten) lezen maakt ze slagvaardiger en zeer gemotiveerd.
Vooral bij leerlingen die alleen een technisch leesprobleem hebben zijn de effecten van de voorleeshulp overdonderend. Bij hen is de vooruitgang op begrip en de score op de opdrachten meest waarneembaar. Ook hun houding verandert, en zij raken zeer gemotiveerd door deze ondersteuning.
Opvallend is ook dat de leerlingen meelezen met de tekst op het scherm die voorgelezen wordt. Verwacht wordt dat dit zelfs een positief effect kan hebben op de ontwikkeling van de technische leesvaardigheid (gelijktijdig horen en lezen van de woorden helpt bij woordbeeldherkenning).
Het lijkt zeer wenselijk om te zoeken naar vervolmaking van de voorleeshulp. Gedacht kan dan worden aan:
- prettig verstaanbare stem,
- geen interferentie met bestaande audio-opties
- selectiefunctie die vormgeving niet aantast
- Maar vooral een oplossing voor het probleem dat niet-selecteerbare tekst niet kan worden voorgelezen.
ga naar: pagina 1 pagina 2
Opgeslagen onder: Zegtan, alle artikelen
2 commentaren 